maandag 12 november 2012

Oplossingsgerichte relatietherapie, een respectvolle en hoopvolle benadering!

In mijn vorige blog schreef ik, als relatietherapie niet helpt, het wél schaadt. Als je dit blog (nog) eens wilt lezen klik dan hier.

In dit blog wil ik je als lezer meenemen naar een andere benadering namelijk, oplossingsgerichte (relatie)therapie.
Echtpaar Steve de Shazer en Insoo Kim Berg.
Eén van de belangrijkste grondleggers van
Oplossingsgerichte therapie.
Een oplossingsgerichte therapeut is een therapeut die een andere taal spreekt dan de probleemoplossende (traditionele) therapeut. Veel therapeuten (en ook cliënten) denken dat cliënten eerst uitvoerig en gedetailleerd hun problemen moeten bespreken en moeten doorleven, voordat zij aan hun herstel kunnen werken. Oplossingsgerichte therapie denkt hier anders over. Natuurlijk moet er een probleem of klacht zijn waarin men vastloopt en niet uitkomt, anders hoeft men ook niet in therapie. Het verschil zit 'm meer in het uitvoerig onder de loep nemen van het probleem en het bestuderen ervan. In deze uitgebreide probleemanalyse zit volgens het oplossingsgerichte gedachtegoed niet de formule voor een succesvolle therapie. Succes zit volgens oplossingsgerichte therapie in het uitvoerig stilgestaan, analyseren en in kaart brengen van de gewenste situatie! Oplossingsgerichte therapie is een respectvolle en hoopvolle benadering, maar waar blijkt dat dan uit? Ik heb in een aantal voorbeeldjes mogelijke verschillende reacties tussen de oplossingsgerichte therapeut en de traditionele therapeut weergegeven.

Respectvol en hoopvol
Is de traditionele therapeut (TT) of benadering dan niet respectvol? Ja, natuurlijk wel!! Met respect in de oplossingsgerichte therapie wordt bedoeld dat de oplossingsgerichte therapeut (OT) de mening van de cliënt onvoorwaardelijk aanvaardt en wordt gevolgd. Een aantal voorbeelden:

Cliënt: "Mijn vrouw wil dat ik meekom naar deze therapie, maar ik ben met die gesprekken helemaal klaar, van mij hoeft het niet!"
TT: "Laat ik je nu eerst eens uitleggen hoe ik werk"
OT: "Je zult goede redenen hebben om dit te zeggen, wil je me daar wat meer over vertellen?"

NB. Eén van de respectvolle uitgangspunten van oplossingsgerichte therapie is dat cliënten goede redenen hebben om zich te gedragen zoals ze zich gedragen!

Cliënt: "Dagelijks drink ik ongeveer 7 flesjes bier"
TT: "Oei, zoveel alcohol is slecht voor je lichaam, het is beter voor je dat je gaat stoppen"
OT: "Hoe lukt het je om bij het 7e flesje bier te stoppen?"

NB. OT is hoopvol omdat de therapeut steeds weer vragen stelt over de gewenste situatie en de haalbaarheid hiervan en de successen in kaart brengt.

Cliënt: "We hebben steeds ruzie in onze relatie, en komen hier niet uit"
TT: "Vertel eens wat meer over jullie opvoeding en wanneer de ruzie begonnen is"
OT: "Wat willen jullie voor de ruzie in de plaats?"

Cliënt: "Mark wordt steeds boos als ik geen zin heb ik seks"
TT: "Laten we een kijken wat de reden is waarom je geen zin hebt in seks"
OT: "Stel dat het Mark lukt om rustig te reageren wat is er dan anders in jullie relatie en hoe zou jij dan weer op Mark reageren?"

In deze laatste vraag van de OT komt het systeemgericht denken naar voren. Het gedachtegoed van OT is dat een kleine verandering een (grote) verandering in het systeem (gezin) te weeg kan brengen!

Samen uit, samen thuis!
Hiermee bedoel ik dat een oplossingsgerichte therapeut, het stel niet zal adviseren om tijdelijk uit elkaar te gaan of om afzonderlijk van elkaar gesprekken te voeren (caucus). Als het stel er zelf voor kiest om (tijdelijk) afzonderlijk gesprekken te willen voeren, kan de therapeut vragen: "hoe zal die periode jullie dan helpen om dichter bij jullie doel te komen?". De therapeut blijft de cliënten volgen ongeacht het onderwerp, situatie of opmerking.

Geen problemen analyseren, maar de gewenste toekomst bevragen!
Het mooie van oplossingsgerichte (relatie) therapie is dat er van begin tot eind de taal van hoop wordt gesproken! In de therapie is het belangrijk dat het stel in hun hoofd een foto heeft van waar ze uit willen komen.  Al snel wordt de gewenste situatie in beeld gebracht (visualiseren) en onderzocht op de haalbaarheid ervan. "Wat willen jullie minimaal in dit gesprek bereikt hebben?" of "wat willen jullie als resultaat van deze therapie?". "Stel dat deze therapie jullie helpt, waar zullen jullie dat aan merken?".

Stel dat ..........
Mijn ervaring is dat cliënten steeds weer terugvallen in het praten over problemen, en dat is logisch, want voordat het stel er met een therapeut over wil praten is er wel het nodige aan vooraf gegaan. Als oplossingsgerichte therapeut doe ik mijn best om het gesprek te kantelen (re-directing) naar oplossingen, de gewenste situatie. Met "stel dat" vragen wek je als OT de indruk dat de gewenste situatie onderhandelbaar, beïnvloedbaar en maakbaar is en dat verandering mogelijk is. "Stel dat ik jullie over een half jaar in de supermarkt tegenkom en dat jullie zouden zeggen dat de therapie echt geholpen heeft, wat zouden jullie dan zeggen?".

Vragen stellen in plaats van zeggen hoe het moet
Veel mensen die ik spreek die in relatietherapie zijn geweest of nog in therapie zitten, zeggen dat de therapeut adviezen geeft. Als ik dan vraag of deze adviezen nuttig zijn, krijg ik vaak als antwoord "tja, ik doe mijn best, maar .......". Hoe goed de adviezen ook (bedoeld) zijn, als het stel er niet mee uit de voeten kan werkt het averechts (teleurstelling, verlies van hoop, etc.). Je herkent het vast wel, als je een probleem hebt krijg je vaak uit meerdere hoeken adviezen, meestal reageer je dan met zoiets als, "ja, dat heb ik al geprobeerd, maar het helpt niet" of "jij hebt makkelijk praten", of "mijn situatie is anders". Het verschil met de TT is dat de OT werkt met de ideeën van het stel zelf en niet met zijn eigen ideeën. Natuurlijk geeft de OT wel hier en daar wat tips, maar zoekt liever naar krachten, hulpbronnen, ideeën, vaardigheden, enz. van het stel zelf! De cliënten gaan voorop en de OT duwt hen langzaam naar de gewenste situatie, (leading from behind).

Tot slot
Over oplossingsgerichte relatietherapie valt natuurlijk veel meer te zeggen. Ik hoop dat ik je met dit blog nieuwsgierig heb gemaakt naar deze oplossingsgerichte benadering. Het is niet mijn bedoeling geweest om je te overtuigen, wél om je te informeren en mogelijk jouw keuzemogelijkheden ten aanzien van (relatie)therapieën te vergroten.

Heb je nog vragen? Neem dan gerust contact met mij op! Ik sta je graag te woord.

donderdag 11 oktober 2012

Relatietherapie? Baat het niet, dan schaadt het wél!

Wie kent niet de uitspraak; 'baat het niet, dan schaadt het niet'. De uitspraak suggereert dat we zomaar alles kunnen ondergaan zonder (negatieve) uitwerking, alsof niets ons kan schaden! In veel situaties zal dat zo zijn , maar geldt dat ook voor therapie? Misschien is de titel van dit blog wat provocerend, dat is niet helemaal mijn bedoeling. Wél is het mijn bedoeling om u als lezer van dit blog bewust te maken om zorgvuldig te zijn in de keuze van (relatie)therapie én therapeut.

Mijn aanleiding tot het schrijven van dit blog is een artikel over relatietherapie, in het bekende PSYCHOLOGIE magazine, jaargang 31.

In dit artikel wordt beschreven hoe een vrouw op zoek is gegaan naar een geschikte relatietherapeut, om haar relatie met haar man te redden. Haar zoektocht begint zoals velen bij de zoekmachine Google.

De eerste therapeut waar ze een afspraak mee heeft doet de deur open op blote voeten, 'ik had meteen rechtsomkeert moeten maken'.

De tweede therapeut, via een bevriend stel, zit teveel op het gegraaf in het verleden, analyse van problemen en sluit niet aan bij het stel, het blijft bij één (intake)gesprek.

De derde therapeut, via de huisarts, geeft bij het stel al snel irritatie omdat de therapeut weinig uitleg geeft over haar aanpak, haar afleidende oorbellen, het meningsverschil tussen therapeut en het stel over een werkbare hulpvraag en frequentie van gesprekken.

Via een bevriend stel komt het stel uit bij de vierde therapeut, een coach. Het lijkt even de goede kant op te gaan, ik-boodschappen worden aangeleerd en het stel krijgt inzicht in elkaars gedrag en begrijpen elkaar beter. Al snel schiet het stel weer in hun oude gedrag. Advies van de coach is om tijdelijk afzonderlijke gesprekken te voeren met de coach en ook een andere creatief therapeute in te schakelen voor gesprekken met de vrouwelijke cliënt. Het gescheiden gesprekken voeren roept bij het stel vragen op, 'want het gaat er toch om dat we samen constructief met moeilijkheden leren omgaan?'. Na verloop van tijd gaat het stel samen door met de creatief therapeute. De vraagstelling van de therapeute lijkt vooral negatief en dus krijgt zij ook negatieve antwoorden! Ze geeft tips en adviezen die NIET worden overgenomen door het stel. Tijdelijk gaat de therapeute weer afzonderlijk met de man en de vrouw in gesprek. Uiteindelijk beëindigt de therapeut de therapie via een brief aan het stel. De relatie is kapot!

De vijfde therapeut, via de huisarts, is een lichaamsgerichte therapeute. Ook deze therapie is geen succes. De therapeut geeft adviezen waar het stel niet mee eens is en uiteindelijk stopt ook deze therapeut met het stel.

'de hele therapiemolen heeft uiteindelijk meer kapotgemaakt dan ons lief is'.

Baat het niet, dan schaadt het wél!
In bovenstaand voorbeeld raakt het stel steeds meer het vertrouwen in (de) therapeuten kwijt, maar dat niet alleen, de relatie van het stel wordt steeds slechter, het stel raakt ontmoedigd en gaat uiteindelijk scheiden!
De interne locus of control wordt niet ontwikkeld en de externe locus of control groeit, zie mijn blog over de interne- en externe locus of control in een (pastoraal) gesprek.

Waar ging het in de therapie mis?
Wat mij opvalt is dat 'de therapeuten' in het artikel wel werkten met de problemen van het stel, maar niet met de ideeën, vaardigheden, hulpbronnen, competenties, krachten, uitzonderingen op de problemen en oplossingen van het stel zelf! De therapeuten zaten veel op de analyse van de problemen, anamnese, gevoelsreflecties, diagnose en advisering. In feite gaat het hier om therapie op basis van het medisch model. Dit model werkt goed bij machines, maar mensen zijn GEEN machines! Als een machine kapot is moet je het probleem en de oorzaak, net zolang analyseren tot dat je het gevonden hebt. Dan vervang je het kapotte onderdeel en klaar, de machine werkt weer! Maar mensen zijn geen machines en laten zich op die manier niet analyseren. Veel therapeuten werken vanuit het medisch model en behandelen mensen als machines. In veel gevallen krijg je dan situaties zoals in het voorbeeld hierboven.

Kan het ook anders?
Ja, gelukkig kan het ook anders! Haaks op de therapeutische behandeling vanuit het medisch model staat de oplossingsgerichte therapeutische benadering (solution focused therapy). Ben je nieuwsgierig? Lees dan binnenkort op mijn blog; Oplossingsgerichte relatietherapie, een respectvolle en hoopvolle benadering!





Praktijk PDJ-Therapie
Peter de Jong
Oplossingsgericht therapeut
www.pdj-therapie.nl

zondag 7 oktober 2012

Oplossingsgerichte therapie (solution focused therapy)

Vaak leg ik uit wat oplossingsgerichte therapie (solution focused therapy) anders maakt dan probleemoplossende methodieken. Natuurlijk kan ik het verschil goed uitleggen, maar soms zijn beelden nog duidelijker dan taal. Ik heb daarom een klein filmpje van YouTube bijgevoegd die je kunt aanklikken en direct kunt genieten van oplossingsgerichte therapie in een notendop.



Mocht je na het kijken nog vragen hebben neem dan contact met mij op zodat ik je vragen kan beantwoorden! www.pdj-therapie.nl of mobiel 06 - 16 190 380.


woensdag 3 oktober 2012

Rust, Reinheid en Regelmaat

Kortgeleden moest ik voor mijn werk met de trein naar Groningen. Meestal verloopt het programma van opstaan tot en met de deur uitgaan geolied, maar die dag liep het anders. Ik kwam tot de conclusie dat ik een lekke band had. Ik ga namelijk met de fiets naar de trein. U voelt het misschien al aan .... ik kwam in tijdnood; stress! Door een improvisatie (fiets van mijn vrouw) kwam ik toch nog op tijd op het station en haalde mijn trein.

Tijdens de treinreis reflecteerde ik op mijn vertrek van huis en ontdekte ik dat ik (nog) niet rustig was (buiten adem en gestresst) en dat de ochtendroutine even was verstoord. Natuurlijk is dit voorval helemaal niet erg en niet heftig, maar het zette mij wel aan het denken. Zo dacht ik aan een 'oude' leuze: rust, reinheid en regelmaat, oftewel de drie r'en. Ik heb 'm van mijn ouders meegekregen. Soms zijn oude wijsheden weer even heel actueel! De drie r'en, die we voornamelijk kennen vanuit de pedagogiek voor baby's en jonge kinderen omdat zij hier goed op gedijen, zijn in mijn beleving ook van toepassing op volwassenen. Laatst las ik in een recent boek over burn-out dat voldoende slaap, weinig stress en positieve impulsen goed zijn voor onze hersenen (klinken hier de drie r'en niet een beetje in door?).

Veel mensen ervaren tegenwoordig dat ze niet 'in balans' zijn. Deze onbalans lijkt onder andere voort te komen uit het gegeven dat mensen het structureel te druk hebben in combinatie met te weinig ontspanning. De agenda's staan (te) vol, druk, druk, druk! We worden in beslag genomen door allerlei bezigheden en vullen alle gaten op in onze agenda. Hierdoor is echte 'kwalitatieve' ontspanning een schaarste geworden in onze maatschappij en in ons persoonlijk leven. Niet voor niets rijzen de boeken over 'uit je burn-out' en 'uit je depressie' de pan uit. Voor veel mensen is het tegenwoordig moeilijk om de 'balans' te vinden. Er is veel mentale druk en gehaastheid.

Ik ontdekte dat er op het gebied van rust, reinheid en regelmaat nog veel 'oudere' wijsheden bestaan namelijk in de Bijbel. Zo realiseerde ik mij weer opnieuw dat God niet een God is van chaos, maar een God van structuur. Dat God een God is van structuur lezen we gelijk al in het begin van de Bijbel, in het Bijbelboek Genesis, de geschiedenis van de schepping.

Genesis 1:1-2:7
Van dag 1 t/m dag 6 lezen we hoe God de aarde en al het leven schiep, met de climax op dag 6, de mens (en Hij zag dat het zeer goed was). Op dag 7 ruste hij uit en verklaarde de dag heilig!

Wat mij in de geschiedenis van de schepping opvalt is dat God niet doelloos, chaotisch en aan een stuk door heeft gewerkt, maar dat Hij heel duidelijk met een doordacht plan vol rust en regelmaat alles geschapen heeft, tot zegen van ons! God is hierin een voorbeeld voor ons. Hij is de schepper van het leven, Hij weet ten diepste wat goed voor ons is. Als ik het leven van Jezus bestudeer dan valt mij steeds weer op dat Hij de tijd nam om te eten, te rusten, te bidden en te slapen. In het leven van Jezus zien we dat Hij hard werkte, maar zich regelmatig aan de drukte ontrok om alles onder de aandacht te brengen van Zijn Vader (lucas 5:16). Hij laat keer op keer zien hoe we ons kunnen beschermen tegen overbelasting en hoe we gezond met onze beschikbare tijd om behoren te gaan.

Wat staat ons gehaaste leven toch vaak haaks op Gods voorbeeld. Kenmerkt ons Westerse leven zich door rust, reinheid en regelmaat of door onrust, onreinheid en chaos? Wat denkt u? Een voorbeeldje: één op de drie werknemers neemt halverwege de werkdag géén pauze. Om gezondheidsredenen is het juist goed om even te rusten, te wandelen en goed te lunchen. Het is misschien een klein voorbeeldje, maar volgens mij is het kenmerkend voor het Westerse, onrustige en gehaaste leven. Van God hebben we het verstand gekregen om 'verstandige' keuzes te maken. Rust, reinheid en regelmaat zijn tot zegen voor ons lichaam, onze geest en onze ziel. 

woensdag 26 september 2012

De interne- en externe locus of control in een (pastoraal) gesprek

Ik hoor je het al zeggen: 'de interne en externe locus of control wat moet dat dan betekenen?' Ik zal het je uitleggen. Simpel vertaald betekent interne locus of control dat je succes en teleurstelling in je leven toeschrijft aan jezelf. De externe locus of control daarentegen wil zeggen dat je succes en teleurstelling toeschrijft aan anderen. Het is dus de mate van zelfsturing. Het zijn twee uitersten op een continue schaal en sluiten elkaar niet uit. Het zijn termen uit de psychologie en zijn voor mij als psychosociaal en pastoraal hulpverlener interessant omdat mensen die bij mij komen vaak lang worstelen met problemen en het vertrouwen in zichzelf zijn kwijtgeraakt (interne locus of control). Neem nu seksverslaving. Mannen met een seksverslaving zijn over het algemeen het vertrouwen in zichzelf kwijtgeraakt, maar dat niet alleen, vaak zijn ze ook het vertrouwen kwijtgeraakt in de hulpverlening (externe locus of control). Dit laatste heeft over het algemeen niets te maken met de goede inzet en bedoeling van de hulpverlener, maar wel met het onderwerp seksverslaving. Het vaak nog onbekende terrein van seksverslaving maakt dat de hulpverlener al snel meegaat met de wens van de cliënt om het accent van de behandeling te leggen op 'het stoppen van het ongecontroleerde seksuele gedrag'. Maar je voelt al op je klompen aan dat terugval (recidive) in het seksueel verslavende gedrag op de loer ligt en ook gebeurd! Kortom, de cliënt ontwikkeld op deze manier niet of nauwelijks zelfvertrouwen en de hulpverlener gaat zich onzeker en incompetent voelen. Het resultaat is dat er druk op de relatie komt te staan tussen cliënt en therapeut.

Voor mij als oplossingsgericht therapeut (solution focused therapist) is het belangrijk dat mijn cliënten vertrouwen gaan krijgen in zichzelf en na een aantal gesprekken zelfstandig verder kunnen.  Een goede therapeut zal dan ook mensen helpen zichzelf te helpen. Mensen van binnenuit (intrinsiek) sterk maken is het mooiste wat er is en belangrijkste wat een hulpverlener, therapeut, coach, pastor kan doen. Toch is de verleiding voor een hulpverlener groot om te gaan (over) adviseren als de cliënt direct in het kennismakingsgesprek aangeeft 'handvatten' te willen hebben om van het probleem af te komen. Het grote risico bij deze vraag, verleiding, smeekbede is dat cliënten afhankelijk worden van de adviezen van de hulpverlener en dat het resultaat van de behandeling zal worden toegeschreven aan de therapeut (de externe locus of control). Het ontwikkelen van de interne locus of control is een proces waarbij de hulpverlener een zeer belangrijke rol heeft. Wat mij betreft is dit niet een (over) adviserende rol, maar meer een procesbegeleidende rol. Clienten hebben een veranderwens en met behulp van oplossingsgerichte technieken begeleid ik de client naar de eindstreep. Fredrike Bannink (Master of Dispute Resolution en klinisch psycholoog) zegt het zo mooi in haar boek oplossingsgerichte mediation, blz.111; 'de oplossingsgerichte mediator ziet zichzelf als een sleepboot, of liever nog een duwboot ('leading from behind') die de gestrande cliënten helpt hun boot weer vlot te trekken van de zandbak'. Inmiddels draai ik al heel wat jaren mee in de hulpverlening en heb ik door de jaren heen ontdekt dat ik mijn cliënten veel meer behulpzaam ben als ik een respectvolle/gelijkwaardige samenwerkingsrelatie kan ontwikkelen, een appél doe op het oplossingsgerichtevermogen van mijn cliënt en het gevoel kan geven dat hij/zij het is die het doet! (de interne locus of control). Is er dan iets mis met de externe locus of control? Nee, niet als het gaat om externe hulpbronnen zoals: Familie, vrienden, mensen uit de kerk, kennissen of collega's, let wel dit zijn belangrijke hulpbronnen en behoren tot een solide sociaal netwerk! Tijdelijk mag de hulpverlener de externe locus of control zijn voor de cliënt, maar het zwaartepunt moet zich zeer snel laten verschuiven naar de interne locus of control.

Hoe zit het dan in een pastoraal gesprek? Ja, dat is een goede vraag. In een pastoraal gesprek kan de here Jezus uitgenodigd worden op grond van Mattheus 18:20 'want waar twee of drie vergadert zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden'. De Here God wil bij ons wonen, Hij wil relatie met ons en overtuigt ons via Zijn Geest, je zou kunnen zeggen Hij adviseert ons. In een pastoraal gesprek is het juist de bedoeling dat mensen tot heelheid komen en dat kan ten diepste alleen bij God. Wij zijn afhankelijk van God, Hij is de schepper van het leven en wij zijn Zijn schepselen. Nadenkend over de interne en externe locus of control dacht ik aan een opwekkingslied nummer 42;  ' 'k stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God. Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot'. Staat deze tekst niet haaks de Westerse manier van denken die zoveel mogelijk aanmoedigt om te vertrouwen op jezelf? De Bijbel leert ons in eerste instantie te vertrouwen op God! Maar de Bijbel leert ons ook om te vertrouwen op jezelf. Alleen wordt dit laatste in de Bijbel anders vertaald, namelijk als: 'identiteit in Christus'. Als kind van de Vader ligt je identiteit in Christus! Het is dus belangrijk om jezelf te zien als nieuwe schepping in Christus, op deze manier zul je je ook meer gedragen als nieuwe schepping. Wat kan het mooi zijn om als kind te vertrouwen op je vader. Zijn kracht, liefde, zorg en leiding hebben we nodig om te groeien tot (geestelijke) volwassenheid. Ik ben zelf vader van twee kinderen en wil graag dat zij vertrouwen op mij en hoop dat ik hierin een heel klein beetje het hart van de hemelse Vader zichtbaar mag maken. Vanuit de identiteit in Christus, mag je als aangenomen kind, volledig vertrouwen op de hemelse Vader die zoveel wijzer, krachtiger, machtiger en meer is!

Samenvattend:
Met de interne en externe locus of control wordt bedoeld de mate van zelfsturing met betrekking tot succes en falen in het leven. De therapeut, pastor, coach kan de cliënt een belangrijke dienst bewijzen door te sturen op de interne locus of control. In een pastorale setting (een gesprek waar levensvragen en geloofsvragen bij elkaar komen) kan de pastor de here Jezus uitnodigen om zo de zorgen en problemen van de pastorant onder Zijn aandacht en hoede te brengen, 'werpt dan al uw bekommernis op Hem want Hij zorgt voor u', 1 Petrus 5:7. De interne locus of control wordt in de Bijbel vertaald als de identiteit in Christus! De Bijbel roept op om volledig te vertrouwen op de hemelse Vader (externe locus of control), terwijl de Westerse samenleving aanstuurt om te vertrouwen op jezelf (interne locus of control).

maandag 14 mei 2012

Meten is weten

Meten is weten. Mensen willen graag alles meten of nog beter, meetbaar maken. Hoe meten we nu vooruitgang?  Hoe meten we bijvoorbeeld vooruitgang bij cliënten in een hulpverleningstraject? Met behulp van één van de vele technieken van oplossingsgerichte therapie: de 'schaalvraag'. De schaalvraag is een vraag die je als therapeut aan de cliënt kan stellen om vooruitgang te 'meten'. De vraag kan gesteld worden omtrent motivatie om aan een oplossing te werken, of om te meten hoeveel vertrouwen iemand heeft om oplossingen te vinden en om vooruitgang in kaart te brengen. Vanuit mijn praktijk heb ik goede ervaring met deze 'schaalvraag'. Hoe werkt de schaalvraag nu?
De oplossingsgerichte schaalvraag
Je moet je een schaal van 0 tot en met  10 voorstellen. Waarbij 0 betekent dat er nog niets is bereikt van wat de cliënt wil veranderen en waar 10 de ideale situatie voorstelt. De cliënt wordt gevraagd om de huidige/actuele situatie een cijfer te geven. Er ontstaat een therapeutische dialoog omtrent dit cijfer. Er wordt specifiek gevraagd naar wat er zoal werkt, welke hulpbronnen beschikbaar zijn, hoe het gelukt is (krachten), etc. De volgende vraag kan zijn hoe een stapje hoger op de schaal eruit ziet. Hoe ziet het leven er dan uit, wat is er dan anders, Wie zou het opvallen, hoe zou die reageren, hoe zou jij dan weer reageren, etc. Een kleine stap vooruit moet binnen handbereik liggen. De cliënt moet een succeservaring op doen.
Hierin komt de filosofie van oplossingsgericht werken naar voren: een kleine verandering heeft invloed op het gehele systeem en kan tot grote veranderingen leiden.
Gedurende het traject krijgt de cliënt zicht op wat er al werkt, wat belangrijke hulpbronnen intrinsiek en extrinsiek zijn, eerdere successen, mogelijkheden, uitzonderingen, etc.
Oplossingsgerichte therapie is vooral pragmatisch, maar zowel voor therapeut als voor cliënt hard werken!
Het is een therapie die erg diep gaat qua analyse over de gewenste situatie voor heden en toekomst! Bij het uitwerken van de schaalvraag zeggen mijn cliënten vaak: 'als ik dit zo bekijk dan ben ik eigenlijk al goed bezig'. Gedurende het traject neemt het vertrouwen van de cliënt toe!

dinsdag 24 april 2012

De verslavingsdynamiek van een seksverslaving

Gisteravond met een groepje mannen naar de film "shame" geweest. Een film die het leven van een man, genaamd Brandon, in beeld brengt die steeds vaster komt te zitten in zijn seksuele gedrag. De film gaf na afloop in ieder geval veel gespreksstof en vragen om over na te denken.

Als snel kreeg ik in de gaten dat Brandon's ongecontroleerde seksuele gedrag een uiting is van onderliggende problematiek. Door de hele film heen zie je hoe hij "seks" gebruikt als "painkiller". Doordat hij hierin vaste rigide patronen ontwikkeld komt hij muurvast te zitten. De verslavingscirkel laat de dynamiek van de verslaving zien. 

Het goede aan de film vind ik dat de aandacht niet alleen naar Brandon's seksuele ongecontroleerde gedrag uitgaat, maar vooral naar zijn innerlijke leegte en pijn. De manier waarop hij met deze leegte en pijn omgaat vindt hij in seks als middel, als tijdelijke verdoving.  In sommige fragmenten van de film zie je hoe Brandon vaste scripts in zijn hoofd heeft waarop de seks móet plaatsvinden. Het script kan zich in gedachten al dagen of soms weken hebben ontwikkeld. Tot in de kleinste details ontwikkeld de verslaafde dan een voorstelling (script) waarop "het" móet gebeuren. Hier mag dan ook niets in mis gaan. De zuigende werking van seks, het steeds meer nodig hebben en extremere vormen van seks (pornoboekjes, obsessief masturberen, cyberseks, betaalde seks, seks met mannen, exhibitionisme) werd in de film naar mijn mening goed neergezet. Maar ook het leiden van een dubbelleven en het worstelen in het geheim, in het verborgene, wat kenmerkend is voor seksverslaving kwam goed uit de verf.

Door de jaren heen heb ik vele (christen) mannen gesproken die worstelen of geworsteld hebben met een seksverslaving. Mijn ervaring is dat christen-mannen zich sneller "verslaafd" voelen vanwege de hoge seksuele morele standaard. En daar is een hoop over te zeggen zoals; zelfbeheersing versus losbandigheid. Onze geseksualiseerde samenleving waarin het grenzeloos gratis verkrijgbaar van het "middel" seks wordt opgedrongen, maakt het logisch dat seksverslaving inmiddels als derde grootste verslaving onder drugs en alcohol staat. Vanuit de christelijke hulpverlening heeft deze problematiek al vrij snel aandacht gekregen. Erkenning dat het een probleem is, voor mens en maatschappij, heeft soms tijd nodig. Zo heeft gokverslaving ook een lange tijd nodig gehad om deze problematiek erkend te krijgen. Ik heb vele verhalen gehoord van mannen die worstelden met een seksverslaving en daarmee naar de huisarts gingen waarop de huisarts zei: "acht ik ben ook man, seks is toch lekker, geniet er toch van". In de meeste gevallen zijn dit soort reacties wel achterhaald. In sommige gevallen wordt er hier en daar nog wel lacherig over gedaan, maar heeft dat volgens mij meer te maken met het onderwerp seks, dan het probleem niet serieus willen nemen. Ook in de wetenschap heeft seksverslaving de aandacht en vindt er op dit moment een opendebat plaats of seksverslaving nu een hersenziekte is of niet.
Het grootste kenmerkend verschil tussen seksverslaving en een middelafhankelijke verslaving zoals alcohol en drugs, is dat seksverslaving zich soms jarenlang in het verborgene/geheim kan afspelen! Omdat schuld en schaamte over het algemeen de weg tegenhouden naar hulp en dus herstel, zeker bij mannen, blijft men vastzitten en verergeren de problemen! Vaak zie ik het dan ook gebeuren dat er uiteindelijk wordt ingegrepen door anderen. Omdat de partner de man bijvoorbeeld meerdere malen betrapt, of dat de organisatie waarvoor de man werkt ingrijpt vanwege de vele uren surfen op internet om porno kijken tijdens het werk. In complexe situaties loopt het dan ook niet goed af. De werknemer loopt verhoogd risico op ontslag, het huwelijk is vaak niet meer te redden, financiële schulden, gebroken relaties, lichamelijke ziekten ( soa's, hiv, aids) enz. enz. Een hoop ellende!

Gezien de ernst en omvang van seksverslaving is mijn advies; trek tijdig aan de bel, maak het bespreekbaar en breng het aan en in het licht!
Wil je meer weten over het onderwerp of hoe ik hulp bied bij seksverslaving? Neem dan de vrijmoedigheid om met mij contact op te nemen. Kijk om mijn website www.pdj-therapie.nl voor contact.

zondag 15 april 2012

Oplossingsgerichte gesprekstherapie in een pastorale setting

Vanuit mijn eigen praktijk (psychosociale en pastorale hulpverlening) heb ik goede ervaringen met oplossingsgerichte gesprekstherapie als methodiek in pastorale gesprekken. Ik probeer dit in het kort uit te leggen.De context van pastorale hulpverlening is waar levensvragen en geloofsvragen samenkomen. De (bijbelse) basishouding van de pastoraal hulpverlener is; naast de ander staan, aansporen, bemoedigen en hoop geven. Het begrip "hoop" is hier de kern van het evangelie!
Mijn specialisatie is oplossingsgerichte gesprekstherapie. Een oplossingsgerichte hulpverlener kent dezelfde basishouding als van een pastoraal hulpverlener, namelijk respectvol en hoopvol. Respectvol, omdat er wordt aangesloten bij wat de ander vertelt met een houding van "niet weten", en hoopvol omdat de successen, krachten en hulpbronnen centraal staan. De oplossingsgerichte hulpverlener blijft niet lang stilstaan bij de problemen, beperkingen en klachten. Ook vindt een oplossingsgerichte hulpverlener het stellen van een diagnose en het maken van een probleemanalyse niet interessant voor het construeren van oplossingen voor een betere toekomst. De overeenkomsten tussen pastorale hulpverlening en oplossingsgerichte therapie zijn naar mijn mening: respectvolle samenwerking en hoop bieden. Een respectvolle samenwerking ontstaat niet zomaar. Eigen waarden en normen, diepgewortelde gedachten en overtuigingen kunnen een respectvolle samenwerking behoorlijk in de weg staan. Een oplossingsgerichte hulpverlener is geïnteresseerd in en nieuwsgierig naar de percepties van de ander en respecteert deze percepties.
Om het begrip "hoop", in een pastoraal gesprek vorm te geven kan de hulpverlener de "wondervraag" stellen. De wondervraag is een oplossingsgerichte techniek en is een vraag die perfect past in een pastoraal gesprek! De vraag suggereert namelijk dat God middels een wonder kan ingrijpen in mensenlevens. De wondervraag kan in diverse contexten gesteld worden en laat zich gemakkelijk aanpassen. In een pastoraal gesprek kan de vraag als volgt gesteld worden: "stel dat vannacht terwijl je slaapt en het donker en stil is in je huis, de Here God ingrijpt in jouw leven en je probleem middels een wonder van je wegneemt en als je dan 's ochtends wakker wordt, waaraan zul je dan merken dat God een wonder heeft laten gebeuren?". Mijn ervaring in pastorale gesprekken is, dat mensen goed in staat zijn om een beschrijving te geven van wat er anders is in hun leven, na het wonderlijk ingrijpen van de Here God.
Natuurlijk kan de wondervraag niet plompverloren tijdens een gesprek worden gesteld, er moet aan een aantal "technische" voorwaarden zijn voldaan wil je de vraag kunnen stellen, waaronder timing, type-relatieopbouw, mandaat enz. Ook moet de vraag goed ingeleid worden, immers, van het praten over problemen naar het praten over oplossingen is een bijzonder ingewikkeld proces, dit moet de hulpverlener goed begeleiden.
Tijdens het exploreren van hoe het leven na het wonder er uit zal zien wordt het begrip "hoop" tot in de kleinste details uitgewerkt. Wat mij altijd weer opvalt is dat mensen in deze fase van verandering letterlijk hoop uitspreken, hun gezichtsuitdrukking ontspannender wordt, actiever in het gesprek zitten, blijer worden, enz. Er wordt een "nieuw leven" voorgesteld waarin de problemen niet of minder aanwezig zijn. Hoop en herstel worden verkend, vormgegeven en bevestigd.
Oplossingsgerichte gesprekstherapie is naar mijn mening/ervaring een goede keus als basismethodiek in pastorale gesprekken vanwege de sfeer die te hulpverlener uit ademt namelijk; respect en hoop!

Wil je meer weten over oplossingsgerichte gesprekstherapie in pastorale gesprekken neem dan vrijblijvend met mij contact op. Ook kan PDJ-Therapie workshops, trainingen en voorlichting geven over oplossingsgerichte gespreksvoering in kerken en gemeenten aan pastorale teams en kerkleiders.

vrijdag 30 maart 2012

Weerstand is geen bruikbaar begrip, een houding van "niet weten" is beter!

Als een cliënt de adviezen van de hulpverlener niet aanneemt wordt dit vaak door de hulpverlener gelabeld als "weerstand". Nu is weerstand géén bruikbaar begrip. Het geeft aan dat de cliënt, A: een goede reden heeft om zich zo te gedragen als hij doet en B: de cliënt andere mogelijkheden ziet voor verandering.
Oplossingsgerichte hulpverleners hebben een basishouding van "niet weten". Dat betekent dat de hulpverlener onvoorwaardelijk de percepties van de cliënt respecteert! Als oplossingsgerichte hulpverlener intervenieer je binnen het referentiekader van de cliënt. Door het gedrag van de cliënt als weerstand te labelen geef je de cliënt een gevoel dat hij niet aan zijn probleem wil werken en een brevet van onvermogen. Wat je wil laten gebeuren is dat er een goede samenwerkingsrelatie op gang komt omtrent het construeren van oplossingen voor een betere toekomst van de cliënt! Hierbij is een houding van "niet weten" constructiever, respectvol en hoopvol!     

dinsdag 27 maart 2012

Het zoeken naar uitzonderingen: een oplossingsgerichte techniek

Eén van de uitgangspunten van oplossingsgerichte therapie is dat problemen zich niet altijd voordoen en niet altijd even heftig zijn. Deze momenten noemen we uitzonderingen.
Mensen waarmee ik gesprekken heb praten natuurlijk (meestal gedetailleerd) over hun problemen, daarvoor willen ze hulp. Eén van de vele technieken die een oplossingsgerichte therapeut kan gebruiken is door vragen te stellen over momenten in het leven van de persoon die beter gingen, ook al was het maar een beetje. Het verrast mij altijd weer dat mensen uitzonderingen kunnen aanwijzen. De hulpbronnen, intrinsiek en extrinsiek worden ontdekt en bevestigd!
In pastorale gesprekken zeggen mensen dan vaak "God heeft mij tijdens die moeilijke momenten gedragen"!
Elke keer doet mij dat weer bepalen bij, ik noem het maar; het Immanuel principe "God met ons".
Hij is bij ons, terwijl we ons er niet altijd bewust van zijn. Het is een bemoediging en geeft hoop.


Voetstappen

Ik droomde dat ik langs het strand wandelde,
samen met de HEER.
Tegen de blauwe hemel tekenden zich perioden van mijn leven af.
Voor iedere periode zag ik twee paar voetstappen in het zand staan;
het ene paar van mijzelf
en het andere paar van de HEER.

Toen de laatste periode afgebeeld was,
keek ik terug naar de voetstappen in het zand.
Plotseling zag ik dat er op vele plaatsen van mijn levensweg slechts één paar voetstappen was.
Ik merkte ook op dat dit juist gebeurde
tijdens de moeilijkste en droevigste tijden
van mijn leven.

Dat deed mij echt verdriet
en daarom vroeg ik de HEER ernaar.
Ik zei:"HEER, U hebt gezegd
dat als ik eenmaal besloot U te volgen,
dat U dan de hele weg met mij zou gaan.
Maar nu zie ik dat er juist
in de moeilijkste tijden van mijn leven,
slechts één paar voetstappen is.
Ik snap niet dat U mij juist op die momenten hebt verlaten."

Toen antwoordde de HEER:
"Mijn dierbaar kind, Ik houd van je
en zou je nooit verlaten.
In jouw momenten van strijden en lijden,
daar waar je maar één paar voetstappen ziet,
daar was het... dat ik je droeg!" 

donderdag 22 maart 2012

Doen wat werkt en doe daar meer van

Het ´oplossingsgericht werken´ heeft binnen organisaties nog niet echt serieuze aandacht. Vaak gaat de aandacht uit naar de dingen die niet goed gaan en zijn organisaties bezig met het oplossen van problemen. Deze aanpak komt voort uit het ´medisch model´. In dit ´wetenschappelijke´ model worden de problemen tot op detail geanalyseerd. Vervolgens wordt er een diagnose opgeplakt en een behandeling voorgesteld. 
Een oplossingsgerichte therapeut begint bij de oplossing. Oplossingen worden gecreeerd door een schets te maken waarin de problemen niet, of minder aanwezig zijn. Dit is het vertrekpunt voor het verdere gesprek. Oplossingsgerichte gespreksvoering is een respectvolle en hoopvolle benadering. Vandaag een poging gedaan om oplossingsgerichte gespreksvoering in een organisatie op gang te brengen. Twee directeuren waarmee ik heb kennisgemaakt waren enthousiast over deze manier van gespreksvoering en willen ermee experimenteren. Een inspirerende dag. Mijn motto is ´doen wat werkt en doe daar meer van!´

woensdag 21 maart 2012

Seksverslaving

Zaterdagavond was op de TV een programma,  debat op 2, een uitzending over 'seksverslaving'.
Helaas ging het vooral over 'seks' en amper over 'seksverslaving'. De seksuoloog Hannie van Rijsingen, had het even over de functie van het seksuele gedrag en leek even een goede sturing te geven aan het debat, maar bleef helaas tot een losse flodder. De psychiater Bram Bakker nam ook deel aan de discussie, hij benadert seksverslaving als ziekte. Bijbels gezien is seksverslaving geen ziekte, maar zonde. Dit is anders dan seksverslaving te benaderen als een progressieve ziekte die niet kan worden genezen, maar wel tot staan kan worden gebracht, zoals vele zelfhulpgroepen het definieren.
Seksverslaving is geen middelenafhankelijke verslaving zoals drug en alcohol. Op dit moment wordt er een open discussie gevoerd over, tot in hoeverre seksverslaving de fysiologie in de hersenen verandert. Ook blijkt dat seksverslaving veel minder ontwenningsverschijnselen geeft dan bij alcohol en drugs.
Helaas ging de discussie niet over de 'functie' van het seksuele gedrag. Bij seksverslaving moet de aandacht veel meer uitgaan naar de onderliggende symptomen.

Dus veel gerommel en na mijn mening geen eerlijke discussie!

Verlies en verdriet

Vandaag iemand gesproken die plotseling een dierbare heeft verloren. Het verlies een 'plekje' geven, zeggen mensen dan vaak. Als of je iets aan het opruimen bent en een plekje zoekt. Verlies een plekje geven is de laatste  fase in een rouwproces. Verlies verwerken wordt ook wel rouwarbeid genoemd. Arbeid is werken en daar word je moe van. Verlies verwerken is uitputtend. Zeker als de relatie intens geweest is. Hoe intenser de relatie, hoe langer het genezingsproces en hoe veel meer pijn. Een rouwproces bevat vier fasen en gaat gepaard met reacties die normaal zijn bij verlies en verdriet. De enige manier om een rouwproces goed door te komen is door dwars door de pijn heen te gaan. Dit is een paradoxale opdracht om dat er niets logischer is om pijn te verzachten. Een goed boek over rouwprocessen is van prof. dr. Manu Keirse. Klinisch psycholoog; Helpen bij verlies en verdriet.